Klik op de vraag om het antwoord te laten verschijnen.
Meest gestelde vragen derde tranche
Het Rijk heeft voor de periode 2020-2030 € 450 mln. beschikbaar om een extra impuls te geven aan het verbeteren van de verkeersveiligheid. De middelen worden in meerdere tranches besteed. In 2020 en 2022 zijn de eerste en tweede tranche geweest. De regeling stimulering verkeersveiligheidsmaatregelen 2025-2030 omvat de derde tranche.
Het rijksbijdrageplafond voor de derde tranche over de jaren 2025-2030 bedraagt in totaal €236 miljoen. Hiermee draagt het Rijk voor maximaal 50% bij aan projecten die de verkeersveiligheid verbeteren op provinciale, gemeentelijke en waterschapswegen.
Voor elke in aanmerking komende overheid is een plafondbedrag vastgesteld. De hoogte van dit bedrag is afhankelijk van het aantal kilometer wegen en fietspaden in het beheer van deze overheid. De plafondbedragen zijn hier te vinden.
De verdeling is gebaseerd op het aantal kilometer aan wegen en fietspaden in beheer van gemeenten, provincies en waterschappen.
Hiervoor is gebruik gemaakt van gegevens uit het Nationaal Wegenbestand (NWB, de peildatum 2024).
Het procentuele aandeel van het aantal kilometer wegen en fietspaden in beheer is bepalend voor het aandeel van het rijksbudget dat bestemd is voor de betreffende aanvrager.
Dit aandeel, opgenomen in bijlage 2 van de regeling, wordt alleen toegekend op basis van een aanvraag voor de investeringsimpuls, waaraan voorwaarden zijn verbonden. De plafondbedragen betreffen het maximum waar aanspraak op gemaakt kan worden.
Op 10 januari 2025 is de regeling voor de derde tranche gepubliceerd. Tijdens drie aanvraagtijdvakken is het mogelijk om een aanvraag in te dienen voor een rijksbijdrage.
Het eerste aanvraagtijdvak is geopend tussen 26 februari en 9 april 2025. Op dit moment is nog niet bekend wanneer het tweede en derde aanvraagtijdvak openen.
De voorwaarden voor de derde tranche zijn in grote lijnen vergelijkbaar met de eerste en tweede tranche. Ook deze keer wordt gewerkt met een menukaart van bewezen effectieve verkeersveiligheidsmaatregelen. Aan de menukaart zijn, ten opzichte van de eerdere tranches, enkele nieuwe maatregelen toegevoegd:
- de aanleg van een vrijliggend voetpad;
- het aanbrengen van bermverharding langs 60 km/uur wegen;
- het aanleggen van een schoolzone in klinkerbestrating;
- de aanleg van een middeneiland ter hoogte van een komgrens;
- langzaam rijden gaat sneller (LARGAS) maatregelen zoals het versmallen van de rijbaan of aanleg van een voorrangsplein op 50 km/uur wegen;
- de ombouw van een meerstrooksrotonde naar een turborotonde;
- de aanleg van een gebiedsontsluitingsweg met een maximumsnelheid van 30 km/uur (GOW30);
- het opheffen van wegversmallingen/chicanes voor fietsers;
- de aanleg van bermverharding langs fietspaden en
- de aanleg van een gefaseerde oversteek voor fietsers op 60 km/uur wegen.
Gemeenten, provincies en waterschappen kunnen een aanvraag doen. Voor gemeenten die vallen onder een vervoerregio geldt dat de aanvraag via de betreffende vervoerregio dient te worden ingediend.
Voor het indienen van een aanvraag moet het aanvraagformulier worden ingevuld. Nieuw in de derde tranche is dat het formulier in Excel is ontwikkeld. Naast dit formulier zijn er nog een aantal andere ondersteunen documenten nodig om de aanvraag in behandeling te kunnen nemen. In dit stroomschema staat het proces over het voorbereiden en indienen van een aanvraag verder toegelicht.
In het Strategisch Plan Verkeersveiligheid (SPV) 2030 staat de risicogestuurde aanpak centraal. Om hier invulling aan te geven, is afgesproken dat wegbeheerders risicoanalyses en uitvoeringsprogramma’s opstellen.
Om de risicogestuurde aanpak van het SPV een stap verder te brengen, is bij de tweede tranche het hebben van een risicoanalyse verplicht. Zonder risicoanalyse wordt de aanvraag niet in behandeling genomen.
Daarnaast wordt bij een aanvraag voor de derde tranche ook om een uitvoeringsprogramma gevraagd. Zowel het uitvoeringsprogramma als de risicoanalyse kunnen in regionaal verband worden opgesteld.
De basis voor de menukaart vormt, net zoals op de bij de eerste tranche, de maatregelen uit de factsheet Snel van start met effectieve maatregelen en het document Vijf maatregelen om het fundament op orde te krijgen.
In 2024 zijn twee evaluaties van de tweede tranche uitgevoerd, waarbij is gekeken of er maatregelen aan de menukaart toegevoegd moesten worden. Daaruit is gebleken dat dit het geval is, waarop de maatregelen nader zijn uitgewerkt en een kostenkengetal is bepaald.
De contouren van de derde tranche zijn bepaald op basis van verschillende bijeenkomsten met een klankbordgroep van gemeenten en provincies en de uitkomsten van de evaluatie van de tweede tranche.
De spelregels voor de regeling zijn besproken met IPO, VNG, de vervoerregio’s en de Unie van Waterschappen. Het ministerie van IenW bracht daarnaast verschillende regiobezoeken om de regeling voor de derde tranche nader toe te lichten.
De beschikking tot verlening wordt uiterlijk 13 weken na indienen van de aanvraag verstuurd. Specifieke vragen over de aanvraag en de ontvangen beschikking kunnen gesteld worden via aanvraagspv@minienw.nl.
- De maatregelen waarvoor de rijksbijdrage wordt verleend;
- Het bedrag van de rijksbijdrage;
- De wijze waarop het bedrag van de rijksbijdrage is bepaald;
- De periode waarvoor de rijksbijdrage wordt verleend.
Een voorschot van 100 procent wordt uitgekeerd. De betaling geschiedt waar mogelijk binnen zes weken na verlening.
Alle maatregelen waarvoor een rijksbijdrage is verstrekt, moeten uiterlijk op 31 december 2028 zijn gerealiseerd. De eindverantwoording vindt in 2029 plaats, waarmee de beschikking uiterlijk op 31 december 2029 wordt vastgesteld.
Verantwoording van de besteding van de rijksbijdrage geschiedt jaarlijks volgens de SiSa-systematiek. Meer informatie hierover is te vinden op de website van BZK.
Een medeoverheid kan tijdens de aanvraagtijdvakken voor een onbepaald (en onbeperkt) aantal projecten een aanvraag doen. Er is dus geen maximum aan het aantal projecten per tijdvak, zolang de totale gevraagde rijksbijdrage niet hoger is dan het vastgestelde plafondbedrag voor de betreffende medeoverheid.
U kunt een maatregel langs meerdere wegvakken van verschillende wegen aanvragen. Wanneer het gaat om verschillende locaties, betreft het veelal ook verschillende projecten (tenzij de wegvakken bijv. op elkaar aansluiten).
Gevat in een voorbeeld geldt dat u voor project A op weg X maatregelen 1, 2 en 3 aanvraagt en voor project B op wegen Y en Z bijv. maatregelen 1, 4 en 5.
Het ministerie van IenW organiseert op korte termijn een webinar waarin nader wordt uitgelegd hoe men een aanvraag doet. Dat webinar wordt nadien op onze site geplaatst, zodat het ook op een later moment bekeken kan worden.
Medeoverheden zijn zelf verantwoordelijk voor een adequate kostenraming van het project. Hiermee wordt bedoelt dat deze kloppend is c.q. een getrouw beeld geeft van de te verwachten infrastructurele kosten. IenW stelt daar voor de beoordeling geen inhoudelijke eisen aan. Uw eigen kostenraming maakt geen onderdeel uit van de aanvraag. Het ministerie co-financiert tot maximaal 50 procent van de vastgestelde bandbreedte per maatregel. Wanneer een medeoverheid meer kosten maakt, krijgt u nog steeds ten hoogste 50 procent van de door ons vastgestelde bandbreedte.
Het Molenaarsprincipe wordt in principe niet toegepast tijdens de derde tranche. Echter, omdat het mogelijk is dat het volume van de aanvragen tijdens het eerste aanvraagtijdvak de beschikbare budgettaire ruimte (€ 125 mln.) overschrijdt, wordt het Molenaarsprincipe alleen toegepast als ‘escape’, zie voor een voorbeeld het kader hieronder.
Gemeenten X en Y doen beiden een aanvraag. Gemeente X op 10 maart en gemeente Y op 20 maart. Na het beoordelen (en toekennen) van de aanvraag van gemeente X is er nog € 25.000 aan resterende middelen beschikbaar. De aanvraag van gemeente Y overschrijdt dat plafond, omdat gemeente Y en aanvraag doet voor € 50.000. In dat geval proberen we zoveel mogelijk van de aangevraagde middelen van gemeente Y toe te kennen (om het volledig resterende budget van € 25.000 uit te keren). Een deel van de aangevraagde maatregelen zal opnieuw moeten worden ingediend bij de openstelling van het tweede aanvraagtijdvak. Voor gemeente Z, welke later dan 20 maart een aanvraag doet, zal geen budget meer zijn. Ook die aanvraag zal moeten wachten tot aanvraagtijdvak twee. Vooralsnog bestaat er bij het ministerie niet de indruk dat – zeker gelet op de uitputting tijdens de eerste twee tranches van de impuls – het budgetplafond van € 125 mln. te krap zal zijn. De minister behoudt zich altijd de mogelijkheid om, vanwege groot animo, het budget binnen het eerste tijdvak nog te verruimen.
In het aanvraagformulier van de derde tranche is naast het type maatregel, de kosten en de locatie geen andere informatie benodigd over de uit te voeren maatregelen. Het invullen van de gevraagde cellen volstaat. en mogelijk om een planning en beoogd effect van de maatregel(en) op te nemen.
Zowel de risicoanalyse als het uitvoeringsprogramma worden meestal per organisatie opgesteld en zijn daarmee overkoepelend voor het gehele wegenareaal. Het meesturen van deze documenten is een voorwaarde voor het mogen indienen van een aanvraag voor de rijksbijdrage, maar hoeven dus niet voor specifiek deze aanvraag te worden opgesteld. Aan de vorm en inhoud worden vanuit deze regeling geen voorwaarden gesteld. Voor meer informatie over de risicoanalyse en het uitvoeringsprogramma kunt u de website www.aanpakspv.nl raadplegen.
De huidige regeling voorziet aanvraagtijdvakken in het kalenderjaar 2025. Indien het plafondbedrag niet volledig wordt aangevraagd, volgt mogelijk nog een aanvraagmoment om resterende middelen alsnog te beschikking. Of dit moment zal plaatsvinden en wanneer is nu nog niet bekend.